Hoe bent u terecht gekomen bij de Familie Delon?
Eigenlijk heb ik een technische achtergrond met een diploma van Ingenieur-Oenoloog aan de Universitiet van Bordeaux. Dit gaf mij de kans, verschillende stages te lopen in de omgeving.
Na deze opleiding wou ik voornamelijk mijn horizon verruimen en ben ik vertrokken naar Australië, Nieuw-Zeeland, de Bourgogne, de Rhône, … die mij verschillende nieuwe inzichten hebben bijgebracht. Ik had me wel steeds voorgenomen om op termijn terug te keren naar Bordeaux.  In 2004 was het zover en kwam ik terug met veel technische achtergrond. Ietwat onverwacht (maar zeker gelukkig) vond ik toen meteen werk bij een wijnmakelaar van Grand Cru’s.
Het is op dat moment dat ik Meneer Jean-Hubert Delon heb mogen ontmoeten, wat nu reeds 15 jaar geleden is. Ons eerste contact verliep per telefoon. Tijdens ons gesprek stelde hij mij steeds meer en meer vragen, tot hij mij op een gegeven moment uitnodigde voor een lunch op het domein van Léoville Las Cases in 2005. Ik had hem voorheen nooit persoonlijk ontmoet, maar kende hem van zijn goede reputatie.
Toen ik aankwam in de eetzaal, zag ik slechts 2 plaatsen aan tafel en 15 wijnglazen voor mij. Meneer Delon heeft mij toen alles blindelings doen proeven. We hebben een prachtige namiddag beleefd samen, waarbij ik (atypisch voor een lunch) pas ben vertrokken om 18 uur. Mijn taxi was intussen reeds vertrokken zonder mij. Om maar een idee te geven hoe fijn deze ontmoeting was en wat een grote indruk hij op mij heeft nagelaten.

Na mijn ervaring bij de wijnmakelaar ben ik als Export Directeur gaan werken voor een wijnhandelaar. Gedurende heel die periode heb ik een zeer goede band behouden met Meneer Delon.
Het is in 2011 dat Meneer Delon mij heeft aangeboden om me aan te sluiten bij zijn team, waar ik begonnen ben als Commercieel Directeur. Dit behoorde tot één van zijn functies voor ik begon te werken bij het wijndomein. Ik heb deze functie tot nu toe vervuld, maar vanaf heden neem ik de functie van Algemeen Directeur op mij.

Meneer Delon gaf u onlangs deze Directie-functie, is hij dan nog steeds actief?
Jazeker, hij is nog steeds actief en is ook elke dag aanwezig op Léoville Las Cases, zelfs tijdens de zomermaanden. Hij is er meer dan ikzelf, gezien ik de verschillende buitenlandse opdrachten op mij neem.  Om maar aan te geven, hij mist geen enkele assamblage degustatie van zijn wijndomeinen. Kortom, hij is dus zeker nog aanwezig op het domein.

U beheert vier verschillende wijndomeinen, met elk een verschillende ondergrond (terroir). Kan u mij het verschil uitleggen tussen deze domeinen?
Één ervan is een echt buitenbeentje aangezien het zich op de rechter-oever bevindt, Château Nénin te Pomerol is wat betreft haar omvang veel kleiner dan de 2 andere. Momenteel heeft dit domein 30 hectaren in productie, wat op zich groot is voor de streek van Pomerol (De gemiddelde grootte van een domein in Pomerol is +/- 2 hectaren). Een ander verschil zijn de gebruikte druiven, hier hebben we voornamelijk Merlotdruiven (70%) geplant, al voegen we er de laatste tijd meer en meer Cabernet Franc aan toe.
Vervolgens is het ook de meest recente aanwinst van de domeinen Delon, aangezien ze dit domein aankochten in 1997. Léoville Las Cases zit reeds sinds het einde van de 19de eeuw in de familie en Potensac maakt zelfs nog langer deel uit van de familie. Die laatste werd generatie op generatie doorgegeven aan de oudste dochter van de familie, dus Jean-Hubert Delon erfde dit domein van zijn schoonmoeder.

In de Médoc hebben we dan Léoville Las Cases, waar we natuurlijk de grote wijn (Grand Vin) produceren maar we maken hier ook Clos du Marquis die we moeten aanzien als een verschillende wijn dan de Léoville Las Cases. We zeggen eigenlijk dat op het domein 2 eerste wijnen worden geproduceerd en 1 tweede wijn (Le Petit Lion du Marquis de Las Cases).

De druiven van Clos du Marquis komen van een andere grond, die 200 meter verwijderd is van Léoville Las Cases. De ondergrond heeft er minder klei, heeft een andere soort gravel op de bodem, minder complexiteit, minder rijkdom en bevindt zich verder verwijderd van de rivier “Gironde” dan de Grand Vin. Le Petit Lion komt voornamelijk voort uit de druiven die niet geselecteerd zijn voor de Grand Vin, daarom kunnen we deze wijn dan ook beschouwen als een echte tweede wijn van het domein.
Op beide domeinen wordt ongeveer 80% Cabernet Sauvignon geteeld, met als verschil dat de Léoville las Cases iets meer Cabernet Franc bevat en de Clos du Marquis meer Merlot.

Als u moet kiezen tussen linker- of rechter-oever wat zou u dan kiezen?
Dat is de vraag van één miljoen, en is dus steeds moeilijk te beantwoorden.
Maar als het echt moet, geef ik toe dat ik een voorkeur heb voor wijnen op basis van de Cabernet-druif. Wat natuurlijk een puur persoonlijke keuze is, want ieder individu heeft een andere smaak. In die Cabernet zoek ik naar die hogere zuurtegraad, meer peps, spanningen die iets minder aanwezig zijn in de Merlotdruif die wat ronder is. Maar nogmaals dit is echt een persoonlijke keuze.

U heeft verschillende Léovilles als buren, Léoville Poyferré en Léoville Barton, en elk van hen is volgens de classificatie van 1885, 2de Grand Cru Classé geworden, waar jullie zijn van afgestapt. Wat maakt dat Las Cases verschillend is met de andere domeinen?
Vroeger was er een domein dat Domaine de Léoville heette. Dit was het oudste domein van de Médoc. Het werd versnipperd tijdens de Franse revolutie in 1789. Vervolgens werd het in drie verdeeld in de periode van 1810 -1840.Later zijn deze stuk voor stuk 2de Grand Cru classé geworden in 1855. Van het oorspronkelijke domein heeft Léoville las Cases 60% in handen, waarbij het hart van dit voormalige domein nog steeds deel uitmaakt van het huidige domein. Dit kan je vandaag de dag nog herkennen aan de bekende omwalling rond de wijngaard met de poort die nu nog steeds op onze labels staat. Deze wijngaard is gelegen vlakbij de rivier en leunt aan Pauillac met het kasteel Latour. Al zijn beide wijnen verschillend, wil ik toch wijzen op de kwaliteit van onze ligging en het verschil met de twee andere Léoville’s.

Kan u mij een beschrijving geven van elk van jullie wijndomeinen en wat ze net zo speciaal maakt?
Laten we beginnen met Léoville Las Cases:

Wat ik hier mooi vind, is net het gegeven dat deze aanleunt aan Pauillac en dus een mix van stijlen heeft ten opzichte van de andere Saint-Juliens; Ik durf zeggen dat we de complexiteit en verfijning hebben van een Saint-Julien met invloeden van de kracht van een Pauillac.
Dit bevestigen regelmatig mensen die ons komen bezoeken en die zeggen dat ze onze wijn blindelings kunnen herkennen, net dankzij dit grote verschil en deze typiciteit.

Clos du Marquis, ligt verder ten opzichte van de Gironde, en heeft een verschillende ondergrond en hier zou ik zeggen dat dit een echte verfijnde, complexe typische Saint-Julien is met iets minder kracht in vergelijking met Léoville Las Cases.

Bij Potensac zitten we dan in het Noorden van de Médoc, net boven Saint-Estephe.
Dit was de enige Cru Bourgeois Exceptionnel van de appellatie Médoc, toen deze classifactie nog in voege was. Hier zitten we met een zanderige ondergrond van klei en kalk en een 50/50 verdeling van Merlot en Cabernet. De wijn is een typische Médocwijn.

En dan uiteindelijk, Château Nénin te Pomerol, waarvan de laatste tijd het prestige enorm is toegenomen. Hier proberen we, net als voor al onze andere domeinen, een typerende wijn voor de regio te maken, met het volle respect voor de ondergrond en de natuur die het omgeeft. Dit is een echte typische grote Pomerol geworden.


Klik hier voor een overzicht van de wijnen van de familie Delon.